Vaatafsluitingen in het oog
De bloedvoorziening in het oog bestaat uit arteriën (slagaders) die het bloed aanvoeren en venen (aders) die het bloed afvoeren. Bij een vaatafsluiting ontstaat een doorstromingsprobleem en gaat het oog minder functioneren. Er zijn drie typen van afsluitingen:
- Veneuze afsluiting in het netvlies:
Door de afsluiting van een van de venen kan het bloed niet meer uit het netvlies afgevoerd worden, de wanden gaan lekken en bloed, vocht en eiwitten komen in het netvlies. Wanneer een kleine vene is afgesloten vindt dit plaats in een klein deel van het netvlies. Wanneer de grote vene van het oog afgesloten is treedt de lekkage in het gehele netvlies op (vena centralis retinae afsluiting). Daar waar de lekkage is opgetreden functioneert het netvlies slechter en gaat het zicht achteruit. - Arteriële afsluiting van het Netvlies:
Bij een arteriële afsluiting van het netvlies krijgt een deel of het gehele netvlies geen zuurstof meer. Het netvlies houdt dan direct op met functioneren en sterft na ongeveer 24 uur af. - Afsluiting van de vaatvoorziening van de oogzenuw (nervus opticus):
Indien de vaatvoorziening van de oogzenuw afgesloten raakt krijgt de oogzenuw geen zuurstof meer en houdt op met het doorgeven van de signalen van het netvlies naar de hersenen.
Meer informatie:
ziekenhuis.nl
